Historie

De oprichting van RVC’33
Het initiatief tot de oprichting van RVC'33 werd in 1932 genomen door een aantal mensen van het toenmalige K.J.C. en de RK Volksbond. In het eerste jaar werd er gevoetbald aan de Hoge Dijk, maar gelukkig kon er in 1933, dus het officiële begin van RVC’33, beslag gelegd worden op een stuk land, waar tot op de dag van vandaag het veld aan het Dorp nog steeds is. Dit stuk land werd gehuurd van broer en zus Cornelis en Aaltje Stolwijk. Dat er veel aan gedaan is om er een ‘normaal’ voetbalveld van te maken laat zich gemakkelijk raden. Onder aanvoering van één van de oprichters en eerste voorzitter van RVC’33, de heer M. Schoonderwoerd, werd er veel werk verzet om er een zo goed mogelijke accommodatie te maken. Zo werd er een clubgebouw gebouwd, welke de toepasselijke naam kreeg van “De Keet”. De bouw hiervan stond onder leiding van Jan Stolwijk en Leo Verweij. Ook was er iets van een bar, een hokje aan de voorkant van “De Keet”van 1,5 x 1,5 meter. De eerste barhouders waren Wim Heemskerk en Jacobus van de Wal, bijgenaamd Micky Muis en Covacks, maar als er thee gezet moest worden gebeurde dat bij de familie Heemskerk thuis.

De familie Janmaat was ook nauw betrokken bij de oprichting van RVC, want aan de Bloemendaalseweg, waar de familie woonde, werd de eerste clubvlag en de hoekvlaggen van RVC gemaakt. De kleuren waren toen nog niet blauw-wit, maar rood-zwart, kleuren welke bij “aartsrivaal” Unio uit Oudewater het gezegde uitlokte van “daar komen de rode duivels weer aan.”

Werd er ’s zomers getraind aan de Reewal, dan werd het vaak laat eer men naar huis ging. Was men te luidruchtig en Cornelis vond het mooi en laat genoeg, dan werd men van het veld gejaagd met de hooivork.

Zaterdag ’s middags werden de krijtlijnen getrokken door Gijs Verweij en Jan Janmaat. De heer Schrijvershof mocht dan de koeienplakkaten wegscheppen met een geleende schop en kruiwagen van Cornelis Stolwijk. Alleen zette Cornelis weleens op zondagmorgen na het melken het hek open als hij vond er lekker veel gras stond. De gevolgen laten zich raden.

In het eerste verenigingsjaar 1933/1934 bedroeg het aantal leden 50 en werd er met 1 senioren- en 1 juniorenteam deelgenomen aan de competitie. In die tijd bestonden er een aantal overkoepelende organisaties, welke wedstrijden organiseerde. Zo was RVC aangesloten bij de I.V.C.B., ofwel de katholieke bond en ressorteerde onder het D.H.V.B. ofwel de Diaconale afdelingen, RVC behoorde tot het Diocees Haarlem.

Bij de oprichting werd als naam R.K. Voetbalvereniging Concordia, afgekort RVC gekozen. Concordia staat voor Eendrachtig Omhoog. Dat men eendrachtig omhoog wilde, blijkt wel uit het feit dat het eerste levensjaar met een batig saldo van f 44,48 werd afgesloten. Een batig saldo welke tot stand was gekomen door een verloting en een gekostumeerde voetbalwedstrijd, welke onder de energieke leiding van de heer Schrijvershof waren georganiseerd.

Het was in deze tijd, door de ernstige crisis geen eenvoudige zaak het hoofd boven water te houden, maar toch beleefde men in het seizoen 1938-1939 een sportief hoogtepunt toen het 1e elftal kampioen werd in de 2e klas D.H.V.B. Om echter naar de 1eklas te kunnen promoveren moesten er promotiewedstrijden worden gespeeld tegen “Lenig en Snel” uit Den Haag. De eerste wedstrijd werd in Reeuwijk gespeeld maar helaas verloren. Toch niet ontmoedigd door deze nederlaag, trokken vele Reeuwijkers op de fiets naar Den Haag om hun favorieten aan te moedigen, maar helaas werd ook deze wedstrijd verloren, zodat RVC toch weer in de 2e klas D.H.V.B. moest blijven spelen. Dat dit van korte duur was, lag in het feit dat inmiddels de oorlogsjaren waren aangebroken, waardoor ook de RVC-activiteiten stil lagen.

Water, licht of verwarming was er niet in de Keet. Zich wassen deed men in bakjes met water uit de Tocht. Na enkele jaren volgde waterleiding. Eén kraantje voor 22 personen, maar dat was toch al een hele verbetering. In de oorlog is bij een hevige storm de Keet in de Tocht gewaaid, maar toen had RVC allang, voor voorlopig althans, zijn laatste wedstrijd gespeeld.

1940-1945
De bezetter heeft tijdens de oorlogsjaren danig huisgehouden in de RVC-gelederen. Vele moesten onderduiken, het speelveld werd door de bezettende macht als oefenterrein voor paarden en geschut gebruikt en, zoals te begrijpen valt, schoot er van de accommodatie niet veel meer over.

Wederopbouw RVC’33
Nauwelijks was de oorlog ten einde, of op 17 december 1945 werd de draad weer opgepakt RVC op te bouwen. Onder leiding van kapelaan Middelhof werd er onder grote belangstelling een vergadering belegd waarin onder andere werd gesloten op het veld aan de Reewal te blijven voetballen en de kleuren blauw-wit te nemen. Het bestuur zag er toen als volgt uit: de heer C. van Wijk (voorzitter), de heer G. Schiebroek (secretaris) de heer A. Vergeer (penningmeester) en de commissieleden J. Boere en W. Kraan. In 1946 trad tot het bestuur toe de heer Cor Janmaat.

Vlak na de oorlog zijn alle bestaande organisaties samengevoegd in de K.N.V.B. Dat dit niet vanzelf ging zal niemand verbazen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in die tijd nogal eens vergaderd werd, bij voorkeur op zondag, wat echter wel betekende dat er bestuursleden waren die op gehuurde solexen naar Haarlem tuften om de vergaderingen te bezoeken.

De jaren vijftig – feestelijke opening van kapitaal clubgebouw
In 1953 werd er bij J. Vermeulen in Randenburg het 20-jarig bestaan gevierd. Van de 62 leden die er toen waren, vierden 43 leden dit 4e lustrum.
In een buitengewone ledenvergadering van 2 juli 1956 werd er besloten om nieuwe kleedlokalen te bouwen, welke op 7 oktober 1956 in gebruik werden genomen. Het was voor die tijd een accommodatie waar vele clubs jaloers op waren.

In oktober 1959 zag de eerste uitgave van “De Vriendenband” het levenslicht, tot op de dag van vandaag is dit een belangrijke schakel tussen de vereniging en de leden.

Neutralisering van RVC’33
Zoals u heeft kunnen lezen, was RVC van origine een r.k. vereniging, wat met zich meebracht dat er uitsluitend r.k. praktiserenden lid konden worden. Omdat binnen zo’n kleine dorpsgemeenschap het niet eenvoudig was om andersdenkenden te weren, besloot het toenmalige bestuur om stappen te ondernemen RVC te neutraliseren. Achteraf was dit bestuur met de pogingen dit te ontwikkelen zijn tijd ver vooruit. Vooral in de beginfase van deze ontwikkeling werden zij slecht begrepen en door de kerkelijke overheden aan de kant geschoven. Al hun goede bedoelingen werden als niet ter zake doende van de tafel geveegd en de bestuursleden werden als ketters in de hoek gezet. Toch heeft men deze neutralisering weten door te drukken en achteraf bezien is de moeite die men hiervoor gedaan heeft, het zeker waard geweest.

De jaren zestig
In 1960 vertrok Henk den Dijker naar ere-divisieclub Sparta in Rotterdam, maar jammer genoeg is er niet uitgekomen wat men ervan verwacht had. Henk den Dijk is de enige voetballer van RVC die ooit als voetballer in de “keuken” van het betaalde voetbal heeft mogen kijken.

Op 9 oktober 1961 werd RVC het predikaat “Koninklijk Goedgekeurd”verleend. Verbouwen of bouwen is ook altijd een belangrijke activiteit van RVC geweest. Zo werd er in 1961 besloten het clubgebouw te verbouwen, de kosten werden geraamd op f 2.300,00, waaraan de leden hun fiat gaven. In oktober 1961 werd op grootse wijze dit, voor toen zeer moderne gebouw, geopend. Dit gebouw heeft tot september 1982 dienst gedaan en in januari 1983 gesloopt, waarmee tevens het einde kwam van een stuk RVC-historie.

Het jaar 1963 is een zwarte bladzijde in de geschiedenis van RVC. Door allerlei onprettige verwikkelingen was het nodig een commissie van goede diensten te benoemen die, onder aanvoering van de heer W.C. Kraan, uiteindelijk RVC weer op de goede koers hebben gezet.

In 1965 werd er in een buitengewone algemene ledenvergadering besloten om in de toekomst aan Reeuwijk-Brug te gaan voetballen, mede ook om het feit dat de gemeente daar het sportcomplex had gepland. Ook werd de heer C.G. van Wijk in 1965, in een vergadering van de K.N.V.B. afd. Gouda, benoemd tot lid van verdienste van de K.N.V.B. In 1966 werd hij, bij zijn afscheid als voorzitter van RVC benoemd tot ere-voorzitter. Meer dan 20 jaar heeft hij zich ingezet voor RVC. Als opvolger van de heer Van Wijk werd tot voorzitter van RVC benoemd de heer J.G. Krul.

In 1967 besluit het bestuur tot een forse contributieverhoging over te gaan. In een buitengewone ledenvergadering van 12 juni 1967 werd besloten de contributie als volgt te verhogen:
t/m 12 jaar: van f 0,30 tot f 0,60 per maand.
t/m 14 jaar: van f 0,60 tot f 1,00 per maand.
t/m 16 jaar: van f 0,90 tot f 1,50 per maand.
t/m 18 jaar: van f 1,40 tot f 2,00 per maand.
Senioren: van f 2,50 tot f 3,50 per maand.
Militairen: van f 1,25 tot f 1,75 per maand.
Passieve leden: van f 1,75 blijft f 1,75 per maand.

Zoals u ziet, forse verhogingen, maar als wij het in het licht van vandaag bezien was het een schijntje.

Na een periode dat de Vriendenband niet meer uitkwam omdat er geen mensen waren die zich hiervoor in wilden zetten, nam Henk Verlaan in 1967 het initiatief om ons clubblad weer nieuw leven in te blazen en hij vond Toon Baars, Joop v.d. Werf en Kees Prinsenberg bereid de redactie te vormen van onze Vriendenband.

In 1968 werd het veld op het sportcomplex De Groene Zoom aan de Kennedysingel in gebruik genomen, dit veld was een voorloper van het huidige sportcomplex. Besloten werd het 2e elftal en B1 hun wedstrijden op dit veld gingen spelen.

In 1969 ontviel een man die enorm veel voor RVC heeft gedaan, namelijk de heer J.C. Boere. Als secretaris, wedstrijdsecretaris, elftalleider en kantinebeheerder heeft hij enorm veel werk verricht. Hij was jarenlang de spil van RVC en het is dan ook geen wonder dat Kaagjesland 31, jarenlang het “crisis-centrum” van RVC is geweest.

De jaren zeventig – voetballen aan Reeuwijk-Brug
In januari 1971 werden de nieuwe statuten en huishoudelijke reglement van RVC in een buitengewone algemene ledenvergadering goedgekeurd. In ditzelfde jaar werd afscheid genomen van het financiële brein van RVC, de heer A.H.W. van Leeuwen. Meer dan 20 jaar heeft hij op accurate wijze de “centjes” beheerd en tevens heeft hij ook bestuurlijk veel voor RVC betekend. Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij voor zijn verdiensten werd benoemd tot ere-lid van RVC.

Ook werd er in de jaren 70 een uitgaansdag georganiseerd, welke ons bracht naar Oss. Helaas moest de onspanningsdagcommissie de beslissing nemen, dat deze eerste keer tevens de laatste keer moest zijn. Wel werden er in de gloriejaren van Ajax regelmatig Europacupwedstrijden in Amsterdam bezocht. De busreizen waren een groot succes.

In oktober 1971 werd het prachtig verlichte half-verharde veld aan Reeuwijk-Brug in gebruik genomen. Het was een weelde om het hele jaar door buiten te kunnen trainen.

Het jaar 1973 was een belangrijk jaar in de geschiedenis van RVC.
In dit jaar bestonden wij 40 jaar, wat gepaard is gegaan met vele festiviteiten met als hoogtepunt de feestavond op 6 oktober. Tevens werd er in dit jaar, en wel op 2 maart, besloten om gezamenlijk met CVC een nieuw clubgebouw te gaan bouwen. De vergadering gaf het bestuur fiat om een lening aan te gaan van f 27.500,- om dit gebouw te realiseren. Op 15 juni in dit jaar werd door toenmalig wethouder Postma onder grote belangstelling, de eerste paal geslagen. In de jaarvergadering van 1973 werd afscheid genomen van een bijzondere man, die enorm veel voor RVC en in het bijzonder voor de jeugd heeft gedaan, te weten de heer W.C. van de Bos, ook wel Vadertje Bos genoemd. De ouderen onder ons weten wat hij heeft gedaan, hij was de man die de basis heeft gelegd voor een jeugdafdeling, waar wij nu nog trots op kunnen zijn.

Op 24 augustus 1974 werd het nieuwe clubgebouw van RVC/CVC door de architect van dit gebouw en grote animator tijdens de bouw Joop v.d. Werf geopend. Tijdens de diverse toespraken welke in verband met de opening werden gehouden, memoreerde de toenmalige voorzitter van CVC Huub Noteboom, dat dit gebouw er nooit had kunnen komen als RVC niet had meegedaan. Een groter compliment kun je als vereniging niet krijgen.

In 1975 was er een bestuurscrisis, waarbij het noodzakelijk was dat er een commissie van goede diensten kwam, welke bestond uit de heren J.G. Krul, A.M. Schenkels en T.M. Stolwijk, die erin geslaagd zijn een nieuw bestuur te vinden.

In 1976 werd er afscheid genomen van de heer B. Stolwijk Sr. Die vele jaren in het bestuur heeft gezeten als commissaris van materiaal, jarenlang barbeheerder is geweest, en vele jaren de lott/tot beheerde. Voor zijn verdiensten werd hij benoemd tot ere-lid. In 1977 kon voorzitter Krul in de vergadering mededelen dat Reeuwijk-Dorp behouden kon worden. Een beslissing welke van enorm belang voor Reeuwijk-Dorp was.

In 1978 werd in de 45ste ledenvergadering officieel afscheid genomen van 2 bijzondere leden, te weten Cor Janmaat en A.H.W. van Leeuwen. Vooral werd deze avond de avond van Cor Janmaat. In het bijzijn van zijn vrouw en kinderen en verdere familieleden, spelde de toenmalige burgemeester Kok hem de Koninklijke Onderscheiding in het Gouda op, wegens zijn grote verdiensten voor RVC en de sociale functies die hij vele jaren vervulde. Tenslotte speldde de heer J. Bredie, voorzitter van de K.N.V.B. afd. Gouda hem de zilveren speld van de K.N.V.B. op. Voor de heer Van Leeuwen had de heer Bredie ook een onderscheiding meegebracht, want hij werd benoemd tot lid van verdienste van de K.N.V.B. afd. Gouda.

In 1979 neemt RVC een belangrijke beslissing, want er werd een nieuwe poot aan het RVC-gebeuren toegevoegd, namelijk het damesvoetbal. Het is prettig te constateren dat deze afdeling zich nog steeds in een groei mag verheugden en een niet meer weg te denken schakel in het RVC-gebeuren is.
In 1979, en wel op 31 mei, speelt het 1e elftal van RVC de finale om de beker van de KNVB afd. Gouda. Op het terrein van Nieuwerkerk spelen wij tegen Soccer Boys een zinderende wedstrijd, welke uiteindelijk door RVC werd gewonnen. 
In de jaarvergadering van 1979 neemt voorzitter Krul afscheid. De heer Krul kwam in  1966 als niet Reeuwijker in het bestuur en werd in 1967 voorzitter. Onder zijn leiding is er veel tot stand gekomen. Wij denken in het bijzonder aan de nieuwbouw Reeuwijk-Brug, het behoud van het veld aan Reeuwijk-Dorp en de eerste aanzet tot de nieuwbouw op Reeuwijk-Dorp. Voor zijn vele werkzaamheden werd hij benoemd tot ere-lid.

De jaren tachtig – Nieuwbouw op Reeuwijk-Dorp
In 1980 worden door “sportaccomodatie-bouwer” van Reeuwijk, Joop v.d. Werf, plannen ontwikkeld voor de nieuwbouw aan Reeuwijk-Dorp. In de jaarvergadering van 3 oktober 1980 geven de leden haar fiat dit plan te realiseren, echter met de restrictie dat het bestuur geen grotere lening mag afsluiten dan f 100.000,00.
In dezelfde vergadering worden twee zeer trouwe leden benoemd tot ere-lid van RVC. In de eerste plaats was dit Henk Burger, ook wel in zijn actieve voetbalperiode Rijvers genoemd, vanwege het feit dat hij 36 jaar lid, 5 jaar jeugdleider, 16 jaar elftalleider en 8 jaar commissielid van de veteranencommissie is geweest. Wessel van den Hoogen werd het ere-lidmaatschap verleend vanwege het feit dat hij van zijn 47 jarig lidmaatschap, maar liefst 26 jaar leider van een seniorenelftal is geweest. 

In de jaarvergadering van 30 oktober 1981 wordt afscheid genomen van twee niet-leden, die veel voor de redactie van De Vriendenband hebben betekend. Op een speciale wijze, zoals alleen Toon Baars dat kan, werden Roos Heemskerk en Elly Prinsenberg uitgezwaaid. Ook werd in deze jaarvergadering Theo Verdegaal tot ere-lid benoemd. Theo heeft enorm veel werk verzet als elftalleider, terreincommissaris, maar vooral als lid van de elftalcommissie.

Een enorm hoogtepunt was ongetwijfeld het slaan van de eerste paal op 24 december 1981 door Joop v.d. Werf voor de nieuwbouw op Reeuwijk-Dorp. Deze nieuwbouw getuigt van de enorme zelfwerkzaamheid, saamhorigheid en inzet, welke bij RVC aanwezig is. Ook de bijzondere goede samenwerking met het Gemeentebestuur en de Diensten Gemeentewerken en Financiën en met de bouwer Theo Heemskerk mogen niet onvermeld blijven. En toen op 4 september de grote dag, de opening van dit clubgebouw, was aangebroken, kon supervisor Joop v.d. Werf het bestuur en de leden in zijn toespraak mededelen, dat het clubgebouw welke geraamd was op f 250.000,00 gebouwd was met een batig saldo van circa f 65.000,00. Wij geloven te mogen stellen, dat dit feit uniek in Nederland mag worden genoemd.

In 1983 mag RVC zich verheugen in de steun van een sponsor, “buur” Vergeer Kaas. Tot op de dag van vandaag kunnen wij rekenen op hun steun.
Tevens werd in dit jaar het 50-jarig jubileum gevierd met een maandlang activiteiten rondom het veld op Reeuwijk-Dorp. Hierbij zat onder andere een wedstrijd tegen het Oud-Nederlands elftal en een internationaal dames-toernooi. Voor de dames was dit het 2e hoogtepunt van het jaar nadat zij kampioen waren geworden, evenals de meisjes junioren en pupillen.

Het jaar erna werd de nieuwe afrastering rond het veld geplaatst, waarna gestart werd met het plaatsen van de diverse reclameborden. Dit kwam op een goed moment, omdat de A1 onder leiding van Cees Vermeulen promoveerde naar de hoofdgroep van de afdeling Gouda.

In 1985 volgde onze huidige voorzitter Arnold Schenkels, Gert Lindhout op. Tevens werd er gestart met de snertloop om het Baarsje, om in een voetballoze periode voor alle leden iets anders dan voetballen te doen te hebben.

Twee sportieve hoogtepunten waren er in 1986 te melden. De eerste was de 500e wedstrijd die Harrie Groenendijk in het eerste elftal speelde. Dit gebeurde in het 17e opeenvolgende jaar, dat hij in het 1e speelde.
Tevens won dames 1 in de bekerfinale met 1-0 van Stolwijk en was door hen weer een grote prijs binnengesleept.

Vanaf 1987 begonnen er stemmen op te gaan om de gehele vereniging weer voetballend op Reeuwijk-Dorp te krijgen. Het bestuur besloot een enquete onder de leden te houden, waaruit bleek dat bijna 100% van de leden dit toch zeer graag zou willen. Hierna werd er een “Terug naar het Dorp”-commissie gevormd, die de gesprekken aanging met de gemeente, CVC, de politieke partijen en andere belanghebbenden.

In 1988 won dames 1 opnieuw de beker en werden zij weer kampioen. Dit jaar kwamen ook heren 6 en zaal heren 2 op het hoogste podium terecht.
Op 14 oktober 1988 werd het halfverharde Gebaco-veld op Reeuwijk-Dorp geopend, zodat de jeugd hun eigen trainingsveld verkreeg.
Voor dit veld werd een jaar later ook een full-time terreinknecht in de vorm van Hennie van Veen aangetrokken, die het veld praktisch elke dag sleepte.

Ook in 1989 kon RVC weer drie kampioenen begroeten. Zaal heren 1, B2 en het 6e elftal, voor de 2e keer in successie, waren dit keer de gelukkigen.

Tijdens een buitengewone ledenvergadering werd besloten, om vanaf het seizoen 1989-1990 weer met de heren 1 en 2 en alle dames op het Dorp te gaan voetballen. Hiervoor moest wel een verhard pad rond het veld aangelegd worden, wat in een aantal zaterdagen voor elkaar was. De verwachting was op dat moment dat alle RVC-leden tijdens het jubileum in 1993 op het dorp zouden voetballen, maar dat is toch iets te voorbarig gebleken.

Het kampioenschap van het 3e in 1990, werd in 1991 gevolgd door het 7e en A1. het 1e daagde, na de familiedagen, het 2e uit voor een wedstrijd polsstokspringen. Dit wonnen zij wel, nadat zij met de familiedagen smadelijk afgegaan waren.

In 1992 stemt de gemeenteraad voor de aankoop van de grond, van wat in de toekomst het 2e veld moest worden. Dit is tot nu toe de belangrijkste vooruitgang voor de actie “terug naar het Dorp” geweest.
1992 was ook op sportief gebied een hoogtepunt, daar dames 1 kampioen werd en zo de promotie naar de landelijke competitie afdong. Een jaar later bleek echter dat dit niveau toch te hoog was gegrepen, zodat degradatie niet te voorkomen was. Tevens won dames 1 de afdelingsbeker en promoveerde A1 naar de Hoofdklasse.
Het altijd al zeer leesbare clubblad krijgt een professioneel aanzien.

Tot zover het historisch overzicht over de eerste 60 jaar van onze vereniging.
In 2008 heeft RVC haar 75-jarig jubileum gevierd en daarbij is natuurlijk weer een boekwerk verschijnen, hoofdzakelijk gericht op de laatste 15 jaar.
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!