Gedragsregels

1. INLEIDING

RVC '33 wil ieder lid de mogelijkheid bieden de voetbalsport te bedrijven of mensen de mogelijkheid geven een rol te laten spelen in het verenigingsleven. RVC '33 is een club waar iedereen lid van kan worden ongeacht voetbalcapaciteit en/of achtergrond. Wij willen een actieve en sportieve vereniging zijn die herkend wordt als een aantrekkelijke club om lid van te zijn of te worden. Voor de leden, vrijwilligers, donateurs en alle overige betrokkenen geldt, dat iedereen plezier moet kunnen beleven aan de voetbalsport. Dit houdt in dat de vereniging hierop moet worden ingericht, waarbij respect voor en naar elkaar hoog in het vaandel staat. Dit betekent dat er afspraken moeten worden gemaakt over de wijze waarop je met elkaar omgaat, maar ook met anderen binnen de voetbalsport, zoals tegenstanders, scheidsrechters en gasten/bezoekers. Deze afspraken zijn voor zover het onze leden betreft vastgelegd in onderstaande gedragsregels, waarin we de waarden en normen voor ons handelen hebben vastgelegd en met elkaar afspreken deze te zullen nakomen. Indien iemand zich niet aan de gestelde regels en afspraken houdt spreken we van afwijkend gedrag. Het bestuur van RVC '33 is bevoegd om maatregelen te treffen tegen degene die het gedragsreglement overtreedt.

 

Jeugdleden ontwikkelen zich bij RVC ‘33 niet alleen als voetballer, maar ook als mens. Er worden in klein verband (medespelers, tegenstanders) en in groot verband (het team) sociale vaardigheden opgedaan. Respect, omgangsvormen, sportiviteit, vreugde en verdriet, vriendschappen; we hebben het allemaal moeten leren en in verenigingsverband komt het wekelijks aan de orde. Sport leert bovendien grenzen te ontdekken en te verleggen, het leidt tot zelfkennis en zelfvertrouwen. Bij RVC ‘33 behoort de jeugd zich geborgen te voelen. Onze voetbalvereniging wil daarom een warme en veilige omgeving kunnen bieden. Een omgeving waarin jeugd en volwassenen zorgeloos en geweldloos kunnen genieten van de voetbalsport en het verenigingsleven. RVC ‘33 is zich bewust van haar maatschappelijke functie en hecht daarom veel waarde aan het hiervoor genoemde. Als elke sport heeft ook de voetbalsport haar spelregels. Spelers mogen geen hands maken en aan shirtjes trekken is verboden. De handhaving van deze spelregels is in eerste instantie voorbehouden aan de scheidsrechters. Maar er bestaat meer dan alleen opvolging en handhaving van de spelregels die op de velden van toepassing zijn. Onze vereniging kent eigen huisregels, maar onderschrijft ook standaard omgangsregels (sportiviteit). We dienen ons op een fatsoenlijke en acceptabele manier te gedragen teneinde het positief klimaat binnen RVC ‘33 te behouden.

 

Er is bij onze vereniging nimmer aanleiding geweest de gedragsregels uit te breiden. Dat het bestuur hier toch toe heeft besloten heeft te maken met de groei van onze vereniging en de steeds omvangrijker wordende organisatie, de behoefte aan duidelijkheid en bovenal het preventieve karakter van deze regels. De gedragsregels dienen bij te dragen aan vergroting van het voetbalplezier van iedereen en dient het positieve imago van onze vereniging in de praktijk te bevestigen en te vergroten. Het document draagt bij aan het bewustwordingsproces van spelers, begeleiders (trainers, coaches, elftalleiders), ouders en supporters. We onderschrijven allemaal het belang van normen en waarden en de voorbeeldfunctie die volwassenen hierbij hebben. Er rust daarom met name bij degenen met een voorbeeldfunctie een verantwoordelijkheid de gedragsregels te bewaken.  Het bestuur zal de gedragsregels jaarlijks evalueren en mogelijk voorstellen doen de gedragsregels aan te passen.

 

2. ALGEMEEN

Deze gedragsregels vormen een integraal onderdeel van de regelgeving binnen RVC ‘33 zoals bijvoorbeeld de Statuten en het Huishoudelijk Reglement. Alle spelende en niet-spelende leden, kaderleden, vrijwilligers en anderen die bij de activiteiten van de vereniging betrokken zijn worden geacht zich aan deze gedragsregels te houden. Ouders en verzorgers van jeugdleden worden eveneens geacht de inhoud van de gedragsregels te kennen en de regels met hun kind(eren) door te nemen en mede zorg te dragen voor naleving ervan. Met deze gedragsregels geeft RVC ‘33 aan welk gedrag en welke houding de vereniging van de leden, vrijwilligers, kaderleden en de ouders van de jeugdleden verwacht bij alle verenigingsactiviteiten. Bij het gebruik van ‘mannelijke’ woorden (hij, hem, speler, voetballer, e.d.), kan ook het ‘vrouwelijke’ equivalent worden gelezen (zij, haar, speelster, voetbalster, etc.).

 

2.1 DOEL

RVC ‘33 beoogt met deze gedragsregels en de onderliggende regels een sfeer te handhaven / te verbeteren waarin iedereen - van jong tot oud - zich veilig en prettig voelt en zich als een waardig lid van onze vereniging gedraagt.

 

2.2 INHOUDELIJK

Hoe willen we bij RVC ‘33 met elkaar om gaan, hoe gedragen we ons naar anderen? Waar liggen onze grenzen, wat vinden we onacceptabel? In dit document zijn hiervoor gedragsregels opgesteld.

 

Wij onderscheiden specifieke gedragsregels voor:

  1. Op en rond het sportcomplex
  2. Sporters (Senioren, Junioren & Pupillen)
  3. Begeleiding
  4. Trainers
  5. Ouders/verzorgers van de (jeugd)speler
  6. Vrijwilliger
  7. Alcohol, tabak en drugs

 

Tenslotte wordt Ongewenst gedrag benoemd.
 

Op en rond het sportcomplex
Het sportcomplex is van ons allemaal. Wees er zuinig op en zorg dat het netjes blijft. Denk daarbij in ieder geval aan de volgende punten: 

  1. Ruim je eigen rommel op en laat een sportcomplex, zowel bij thuis- als uitwedstrijden altijd netjes achter.
  2. Richt geen vernielingen aan (vb. kleedlokaal, materialen, andermans eigendom).
  3. Ontvreemd geen materialen van de club of andermans spullen. Nodig dit ook niet uit door waardevolle spullen achter te laten in een kleedlokaal of op een veld.
  4. Er wordt geen glas- en aardewerk mee naar buiten genomen. Het terras is hier van uitgezonderd, behalve als er wedstrijden zijn. 
  5. Zitten doen we op de daarvoor bestemde doelen, dus niet op tafels.
  6. Blijf achter de hekken / reclameborden tijdens een wedstrijd.
  7. Voetbalschoenen zijn niet toegestaan in de kantine.
  8. Fietsen en brommers worden in de daarvoor bestemde rekken in de fietsenstalling geplaatst.
  9. Auto's worden geparkeerd op het daarvoor bedoelde parkeerterrein.
  10. De toegangen naar de velden in het belang van de veiligheid vrijhouden.
  11. Matig je snelheid in de nabijheid van het sportcomplex.
  12. Iedereen die op ons sportcomplex aanwezig is spreekt de Nederlandse taal. Degenen die de Nederlandse taal nog niet geheel machtig zijn behoren, zonder uitzondering, zich in te spannen het Nederlands te spreken.
  13. Wees zuinig op de door de club of sponsor ter beschikking gestelde materialen (bijvoorbeeld kantine, kleedkamer, kleding, e.d.).
  14. Draag de ter beschikking gestelde kleding niet tijdens privétijd.
  15. Het is niet toegestaan voor zowel leden als niet-leden het sportcomplex te betreden buiten openingstijden, met uitzondering van sleutelhouders.
  16. Het is niet toegestaan om alcoholische drank te nuttigen op en rond de velden.


Sporters (Senioren, Junioren & Pupillen) 

  1. Zorgen er voor dat ze in principe voor alle trainingen en wedstrijden beschikbaar zijn (voetbal is namelijk een teamsport en je teamgenoten rekenen dus op je).
  2. Zijn op tijd aanwezig voor een training, wedstrijd of een bespreking.
  3. Zeggen tijdig af bij de leider of trainer.
  4. Douchen na de wedstrijd of training.
  5. Begroeten de tegenstander voor de wedstrijd en bedanken elkaar na de wedstrijd.
  6. Accepteren de beslissingen van de (assistent)-scheidsrechter, trainer of leider.
  7. Gedragen zich sportief in en buiten het veld. Gebruik dus geen verbaal- en/of fysiek geweld.
  8. Tonen respect voor elkaar en voor de tegenstander.
  9. Weten dat gele- en rode kaarten ten alle tijden worden doorgegeven aan de KNVB.
  10. Respecteren het werk van diegenen die ervoor zorgen dat je kunt trainen en wedstrijden kunt spelen.
  11. Spreken elkaar aan op de waarden en normen.
  12. Doen mee aan activiteiten die RVC'33 organiseert.

 

Begeleiding

  1. Heeft een voorbeeldfunctie voor het team.
  2. Heeft respect voor spelers, ouders/verzorgers, scheidsrechters, grensrechters en tegenstanders.
  3. Accepteert besluiten van de (assistent)-scheidsrechter, ondersteun de (assistent)- scheidsrechter en grijpt tijdig in als bij de spelers emoties hoog oplopen.
  4. Is op tijd aanwezig voor uit- en thuiswedstrijden. Zorgt voor toezicht in de kleedkamer zowel uit als thuis.
  5. Is verantwoordelijk voor het wedstrijdmateriaal (kleding, ballen, waterzak).
  6. Is verantwoordelijk voor het regelen van het vervoer bij uitwedstrijden. Verzorgt het invullen van het wedstrijdformulier. 
  7. Gebruikt geen alcohol (en ook geen tabak) tijdens het begeleiden van een team. 
  8. Ruimt de doelen op (pupillen).
  9. Zorgt voor het schoonmaken van de kleedkamer zowel uit als thuis.
  10. Neemt deel aan de begeleiders vergaderingen en eventuele andere overlegvormen die binnen de vereniging worden georganiseerd.
  11. Bewaakt het wasschema en teamkleding. 
  12. Rapporteert wangedrag of andere problemen aan de vereniging. Bij wangedrag van de jeugdspelers worden tevens de ouders/verzorgers ingelicht.
  13. Maakt altijd contact met de leider/coach van de tegenstander. Zorgt bij thuiswedstrijden voor een correcte ontvangst en meldt zich bij uitwedstrijden bij de tegenstander.
  14. Zorgt ervoor dat spelers voor en na de wedstrijd elkaar aanspreken en laat ze elkaar een hand geven.
  15. Stimuleert spelers op positieve wijze en let daarbij op z’n woorden.
  16. Ziet er op toe, dat gele- en rode kaarten ten alle tijden worden doorgegeven aan de KNVB.
  17. Spreekt spelers en ouders aan op waarden en normen.
  18. Informeert bij calamiteiten de contactpersoon van de betreffende commissie en werkt mee aan een oplossing.
  19. Stimuleert spelers tot deelname aan activiteiten en evenementen.


Trainers

  1. Hebben respect voor spelers, ouders/verzorgers en begeleiders.
  2. Zien er op toe dat zuinig wordt omgegaan met de velden.
  3. Zijn verantwoordelijk voor de trainingsmaterialen.
  4. Zorgen ervoor dat het veld na de training (op tijd) leeg is van gebruikte materialen.
  5. Bepalen in samenspraak met de begeleiders de opstelling van het team. 
  6. Gebruiken geen alcohol (en ook geen tabak) tijdens het trainen van een team.
  7. Nemen deel aan de begeleiders vergaderingen en eventuele andere overlegvormen die binnen de vereniging worden georganiseerd. 
  8. Rapporteren wangedrag of andere problemen aan de vereniging. Bij wangedrag van de jeugdspelers worden tevens de ouders/verzorgers ingelicht.
  9. Maken altijd contact met de leider/coach van de tegenstander. Zorgen bij thuiswedstrijden voor een correcte ontvangst en melden zich bij uitwedstrijden bij de tegenstander.
  10. Zorgen ervoor dat spelers voor en na de wedstrijd elkaar aanspreken en ze elkaar een hand geven.
  11. Stimuleren spelers op positieve wijze en let daarbij op je woorden.
  12. Zien er op toe, dat gele- en rode kaarten ten alle tijden worden doorgegeven aan de KNVB.
  13. Spreken spelers en ouders aan op waarden en normen.
  14. Informeren de contactpersoon van de betreffende commissie bij calamiteiten en werken mee aan een oplossing.
  15. Stimuleren spelers tot deelname aan activiteiten en evenementen.


Ouders/verzorgers van de (jeugd)speler
De ouder/verzorger: 
Is een goede supporter en geeft het goede voorbeeld door respect te hebben voor iedereen op en om het veld.

  1. Blijft tijdens de wedstrijd achter de hekken/reclameborden en/of buiten de lijnen van het veld.
  2. Houdt zich afzijdig ten opzichte van de begeleiding van het team door trainers en begeleiders (en komt dus ook niet in de kleedkamer tijdens de rustpauze tenzij op uitdrukkelijk verzoek van de begeleiding). 

 

Van de ouders/verzorgers wordt verwacht dat zij:

  1. Spelers positief aanmoedigen, maar geven geen technische en tactische aanwijzingen. 
  2. Meedoen in de wasbeurten van de kleding van het team. 
  3. Helpen bij het vervoer van het team naar een uitwedstrijd.
  4. Zorgen dat zoon/dochter op tijd aanwezig is voor een training of een wedstrijd.
  5. Er op toe zien dat zoon/dochter zich op tijd afmeldt voor een training of een wedstrijd.
  6. De contributie op tijd voldoen. 
  7. Beslissingen accepteren van de (assistent)-scheidsrechter, trainer of leider.
  8. De waarde en het belang erkennen van functionarissen en vrijwilligers binnen de vereniging. Zij geven hun tijd, kennis en inspanning om het sporten van uw kind(eren) mogelijk te maken.
  9. Kritiek melden, m.b.t. op- en/of aanmerkingen op training, begeleiding of organisatie bij de desbetreffende coördinator, contactpersoon of vertegenwoordiger van de vereniging.
  10. Hun kinderen stimuleren tot deelname aan andere activiteiten die worden georganiseerd.
  11. Elkaar aanspreken op waarden en normen en accepteren als een ander u aanspreekt op uw gedrag indien u zelf uw emoties even niet onder controle hebt.

 

Vrijwilliger

  1. Dient er op toe te zien dat de ruimtes die gebruikt worden tijdens de activiteiten netjes en schoon worden achtergelaten.
  2. Neemt bij constatering van wangedrag, overtredingen van de gedragsregels e.d. contact op met de begeleider van het desbetreffende team of indien dit niet mogelijk is met een vertegenwoordiger van de vereniging. 
  3. Fungeert als voorbeeld en gedraagt zich te allen tijde sportief. 


Alcohol, tabak en drugs

Het nuttigen van alcoholische dranken in de kantine is op zaterdag voor 12:00 niet toegestaan.

  1. Leden en niet leden dienen zich bij het verlaten van de kantine ten volle bewust te zijn van de eventuele gevolgen als gevolg van het gebruik van alcoholische drank.
  2. Respecteer het geldende rookverbod. 
  3. Drugsbezit en drugsgebruik in en om het sportveld is niet toegestaan en zal direct leiden tot een veld/complex verbod. 
  4. Zie verder Alcoholbeleid .

 Wat zijn ongewenste omgangsvormen?

 RVC ‘33 onderscheidt vier soorten ongewenst gedrag, te weten:

    1. Seksuele intimidatie
    2. Pesten
    3. Agressie en geweld
   4. Discriminatie

 Er kunnen zich situaties voordoen waarbij meerdere soorten van ongewenst gedrag samenkomen. De aanpak binnen RVC ‘33 om dit gedrag te bestrijden verschilt niet. De eventueel op te leggen sancties kunnen variëren. Bovenstaande ongewenste gedragingen kunnen zich ook in de digitale wereld voltrekken. Ook deze vormen van ongewenst gedrag vormen een onderdeel van de gedragsregels.

 
1. Seksuele intimidatie

Onder seksuele intimidatie verstaat RVC ‘33 elke vorm van seksueel getint gedrag of seksueel getinte toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren. Seksuele intimidatie kan voorkomen tussen sporters onderling, tussen begeleiding onderling en tussen sporters en kader. Het is een breed begrip. Dubbelzinnige grapjes, onverwachte aanrakingen of het versturen van seksueel getinte foto’s kúnnen als intimiderend worden ervaren. Ook ondubbelzinnige, strafbare vormen van seksueel misbruik, zoals aanranding en verkrachting, vallen onder seksuele intimidatie. Dergelijke vormen van seksuele intimidatie beginnen vaak met 'onschuldige' vormen van intimidatie. Seksuele intimidatie komt het meest voor in relaties waarbij sprake is van een machtsverschil. Dat machtsverschil kan te maken hebben met leeftijd (volwassene tegenover kind), positie (trainer tegenover sporter) of getal (groep tegenover eenling).

 

2. Pesten

Pesten is niet hetzelfde als plagen. Bij plagen zijn de machtsverhoudingen gelijk: nu is de één ‘het lijdend voorwerp’ en dan weer de ander. Bij plagen is er sprake van een incident. Vaak is het een kwestie van “elkaar voor de gek houden”. Bij plagen loopt de geplaagde geen blijvende psychische en/of fysieke schade op en is de persoon in kwestie meestal in staat om zich te verweren.

 
Pesten is structureel. Pesten kan betrokkenen echt tot wanhoop brengen. Pesten heeft een aantal duidelijke kenmerken:

  • pesten gebeurt opzettelijk;
  • pesten is bedoeld om schade toe te brengen (fysiek, materieel of mentaal);
  • bij pesten is er altijd sprake van ongelijke machtsverhoudingen (fysiek of verbaal sterkere personen kiezen minder weerbare personen als slachtoffer);
  • pesten gebeurt (vaak) systematisch;
  • pesten houdt niet vanzelf op, maar wordt eerder erger als er niet wordt ingegrepen;
  • pesten is van alle tijden en komt in alle groepen en culturen voor. Het is dus een typisch menselijke ondeugd die altijd verborgen aanwezig is en steeds weer de kop kan opsteken.

 

Hieronder volgen enkele veel voorkomende pesterijen die pesters met hun slachtoffers uithalen:

  • volstrekt doodzwijgen;
  • isoleren;
  • psychisch en/of fysiek mishandelen;
  • slaan of schoppen;
  • voortdurend zogenaamd leuke opmerkingen maken over een teamgenoot;
  • bezittingen afpakken of stukmaken;
  • jennen;
  • het slachtoffer voortdurend de schuld van iets geven;
  • opmerkingen maken over kleding of uiterlijk;
  • e-mails of sms-berichten met een bedreigende of beledigende inhoud versturen;
  • beledigende afbeeldingen van het slachtoffer digitaal verspreiden of op het internet plaatsen.

 

3. Agressie en geweld

Agressie is gedrag wat iemand inzet om - bewust of onbewust - iets kapot te maken, een ander schade te berokkenen, en/of duidelijk te maken wat hij wel of niet wil. Het gedrag overschrijdt de grenzen van wat algemeen acceptabel is in dit soort situaties en roept gevoelens van angst, pijn, verdriet en/of boosheid bij de ander op.

Onder geweld verstaan wij het toebrengen van lichamelijk letsel, en/of vernietigen en kapot maken van iets. Het begrip agressie is breder, daaronder vatten we onder meer ook het bedreigen, schelden, schreeuwen, intimideren, beledigen en domineren.

 

4. Discriminatie

Discriminatie is het maken van onderscheid op onterechte gronden, met andere woorden: discriminatie is het ongelijk behandelen van mensen op basis van kenmerken die er niet toe doen. De wetgeving over gelijke behandeling verbiedt discriminatie op grond van de volgende kenmerken: godsdienst, levensovertuiging, politieke overtuiging, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele voorkeur, burgerlijke staat, handicap of chronische ziekte en leeftijd.

 

Toepassingsbereik

De gedragsregels, waarbinnen de ongewenste omgangsvormen worden geplaatst, zijn van toepassing op incidenten met betrekking tot ongewenst gedrag, vermoedens van dergelijke incidenten, die tussen RVC ‘33-leden plaatsvinden of hebben plaatsgevonden of waarbij een relatie is tussen activiteiten binnen RVC ‘33-verband en betrokkene(n). Het kunnen dus ook bezoekers van RVC ‘33 betreffen of incidenten betreffen tijdens toernooien bij RVC ’33 of feestjes van RVC ‘33.

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!